Water

Water komt in de natuur voor in drie verschillende hoofdfasen: als vloeistof,
als vaste stof en als damp. Bij kamertemperatuur is water een vloeistof
zonder specifieke kleur en geur.
Al het leven op aarde bestaat grotendeels uit water en het is ervan afhankelijk. Op de aarde komt ongeveer 1.400.000.000 km3 water voor. Hiervan bevindt zich 97% als zout water in de oceanen en zeeën.  De rest is onderverdeeld in zoet en zout grondwater, in ijs, in oppervlaktewater zoals meren en rivieren
en waterdamp in atmosfeer. Water bedekt 71% van het aardoppervlak.

We mochten deze zomer ervaren als een droge en warme zomer, waar bijna geen regen viel. De zon stond als een koperen ploert te branden. Hij “beet”
veel planten stuk. Landbouwgebieden moesten beregend worden door de agrariërs, want er moet gegeten worden.
In het nieuws werd gezegd, dat we ons geen zorgen hoeven te maken over ‘ons’ drinkwater. Het water dat uit de Rijn komt werd vooral doorgesluisd naar
de IJssel. Dat water komt in het IJsselmeer terecht. Een groot waterbassin.
Ook wordt er meer zoet water in de rivieren naar het westen doorgesluisd
om het oprukkende zoute water een halt toe te roepen. Dijken worden
gecontroleerd of ze nat genoeg zijn anders worden die beregend. Denk b.v.
aan de dijk in Wilnis in 2003, daar was toen een dijkdoorbraak in het
gortdroge land. Technisch gezien is men in Nederland tot veel in staat.

Met koning Achab van Israël was dat anders. Samen met Obadja liep hij
naar bronnen te zoeken of naar beekjes waar misschien nog wat water in
stond. Achab diende Baäl. Het was een gruwel in de ogen van de Here.
( 1 Kon. 17: 1-6) Toen zei de Tisbiet Elia, uit Tisbe in Gilead, tot Achab:
Zo waar de Here, de God van Israël, leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord. Daarna kwam het woord van de Here tot hem: Ga vanhier, ga oostwaarts en verberg u bij de
beek Kerit, die in de Jordaan uitmondt. Gij kunt uit de beek drinken, en Ik heb twee raven geboden u daar van spijs te voorzien.
(I Kon. 17: vers 7) Na verloop van tijd droogde de beek uit, omdat er geen
regen in het land gevallen was.
( I Kon. 18: 1) Toen er geruime tijd verstreken was, kwam in het derde jaar
het woord des Heren tot Elia: Ga heen, vertoon u aan Achab, want ik zal
regen op de aardbodem geven.
( I Kon. 18: 16-18) Toen ging Obadja Achab tegemoet en berichtte het hem, waarop Achab Elia tegemoet ging. Zodra Achab Elia zag, zei Achab tot hem:
Zijt gij daar, gij, die Israël in het ongeluk stort? Doch hij zei: Ik heb Israël
niet in het ongeluk gestort, maar gij en uws vaders huis, doordat gij de geboden des Heren hebt verzaakt en de Baäls zijt nagelopen.

We kennen de geschiedenis van Elia en de Baäl priesters op de Karmel.
Elia hoefde slechts één gebed te doen en dat werd verhoord.

Wij mogen ook bidden voor regen en voor nog veel meer, maar we
mogen danken en God eren en loven, Zijn naam groot maken.
Er zit kracht in het gebed.