Taal

In onze taal zitten heel wat werkwoorden en ook bijzondere. Denk maar eens aan ‘lopen’. Ergens naar toe gaan, je doel bereiken. De wedstrijd lopen. Van A naar B gaan.

‘Liefhebben’ en ‘houden van’ zijn belangrijke werkwoorden in ons leven, net als ‘carrière maken’ en ‘winst maken’. Winst maken is voor veel mensen het ultieme doel tijdens hun aardse bestaan, maar  voor anderen is het een bijzaak.

‘Slapen’ is ook een werkwoord, je kunt er ‘s nachts heel druk mee bezig zijn, vaak urenlang.

‘Tasten’ is een werkwoord wat je liever niet wilt doen. Het heeft vaak te maken met onzekerheid, n.l. in het duister tasten.

Je ogen de ‘kost geven’ of goed uit je ‘doppen kijken’ zijn toch heel bijzondere werkwoorden en gezegdes.

Voor een buitenlander moet dat heel raar zijn.

‘Opereren’ is een werkwoord wat voorkomt in een ziekenhuis of een oogkliniek. Je bv laten opereren aan je ogen i.v.m. staar. Zodat je weer letterlijk helderziend wordt.

Het werkwoord ‘sparen’ komt vooral veel voor in Nederland. Zo Calvinistisch als we zijn.

Het werkwoord ‘repareren’ is een vak. Het werkwoord ‘herstellen’ is fijn.

Het werkwoord ‘genezen’ is wat God doet.

Het werkwoord ‘terugvinden’, (relaties), daar moet om gebeden worden.

Tegenover het werkwoord ‘rouwen’ staat het werkwoord ‘troosten’.

Veel mensen zijn bezig met het werkwoord ‘zoeken’. Zoeken b.v. naar rust, vrede, geluk en liefde. Hoe en waar vind je dat?

Belangrijk in ons leven zijn de werkwoorden: ‘ademen’, ‘eten’ en ‘drinken’.  Als we dat niet deden konden we niet leven.

‘Leven’ is een belangrijk werkwoord net als de werkwoorden ‘geloven’, ‘horen’ en ‘zien’. ‘Zwijgen’  is een kunst.

‘Bidden’ is een werkwoord om God te ontmoeten en ‘knielen’ is een werkwoord om respect en eerbied aan God en Zijn Zoon te tonen.

Het werkwoord ‘eren’ is om Zijn naam groot te maken.

Veel mensen geloven in God, maar er zijn ook mensen die zeggen: ‘God bestaat niet’. Zij geloven niet in de schepping, maar wel in de evolutie en de oerknal. Dus toch gelovig. Hoe tegenstrijdig kan men zijn.

Wat God zegt wordt niet geloofd, maar wat ‘wetenschappers’ (sterfelijke mensen) zeggen, wordt wel geloofd. Het zijn veelal aannames, gissingen van wat wetenschappers beweren.

De vreze des Heren is het begin der wijsheid en het kennen van de Hoogheilige is verstand.

God heeft ons oren gegeven om te horen, ogen om te zien. Zijn Woord om Hem te leren kennen (Zijn verborgen omgang vinden) en een hart om Hem lief te hebben. God heeft ons ‘leven’ gegeven.

Jezus zegt; “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe”. Dus toch geluk, rust en vrede vinden! Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het  bewijs der dingen, die men niet ziet.

Het werkwoord ‘geloven’ in gebiedende wijs: “Geloof Thomas”, zei Jezus.

“Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven”.