Israël

Een volk, dat worstelt in onze dagen
om het bestaansrecht in deze tijd,
dat zoveel aanslagen moet verdragen
waardoor het volk onnoemelijk lijdt.

Israël – door God verkozen
uit alle volken die bestaan –
is een speerpunt…men wil het lozen,
de zee indrijven…maar dat zal niet gaan

omdat Zijn volk níet is verstoten,
– satan kán het dus niet verslaan –
zij en wij zijn reisgenoten,
wij mogen hen steunen in hun bestaan.

Want, zoals Jesaja al profeteerde
gaf God Zijn volk een diepe slaap,
zodat Zijn Woord Zich naar míj keerde,
de andere stal, het andere schaap.

Ik ben als wilde loot genomen
en geënt op de edele olijf.
De saprijke wortel doet leven toestromen…
De wortel draagt míj…dat staat buiten kijf.

Maar…wat hebben wíj gezondigd…
Gods volk vervloekt…vervolgd…gehaat…
Hel en verdoemenis hen verkondigd…
Maar Gód zegende…want Israël bestáát!

Daarom moeten wij eer bewijzen
aan het eerste volk van God.
De dorre beenderen verrijzen
volgens de profeet, naar Zíjn gebod.

En hóe de volken ook tekeergaan,
dreigen met hun overmacht,
God zal Zélf Zijn volk nabijstaan…
want Zíjn belofte blijft van kracht.

En wij, gelovigen uit de volken,
mogen biddend hen terzijde staan,
hen zegenen, juist onder de donkere wolken,
naar de belofte, aan Abraham gedaan.

Bas Bronkhorst.

© 15 augustus 2012