Da Costa

Als kind zat ik op de lagere school (zoals dat toen nog heette). Het was de
Isaäc da Costa school. Een christelijke lagere school in Zwolle. Onlangs vroeg ik me af: wie was die man nou eigenlijk.

Isaäc da Costa kwam uit een welgesteld joods bankiersgezin. Hij werd geboren op 14 januari 1798 en was van Portugees joodse afkomst. Hij volgde de Latijnse school en werd op vijftienjarige leeftijd lid van het    Israëlitisch genootschap ‘Concordia Crescimus’,een letterkundig genootschap. Zijn leraar Hebreeuws, Mozes Lemans, bracht hem in contact met Willem Bilderdijk, wiens leerling hij werd en kwam onder invloed van hem, de grote tegenhanger van de Verlichting.

Isaäc schreef liederen en politieke poëzie: zo heeft hij ook geschreven voor ‘Nederlandsche Stemmen’, een tijdschrift van het Rèveil. (Opwekking van het gereformeerde denken en handelen).
Zelf meende Isaäc da Costa dat zijn levensroeping het bestuderen van theologie, letterkunde en geschiedenis was.
Hij promoveerde in 1818 in de rechten en in 1821 in de letteren. Isaäc was vurig in het belijden van zijn godsdienst. Eerst was hij orthodox-joods, maar later is hij een orthodox- protestants christen geworden. Dat maakt hij in 1822 na de dood van zijn ouders bekend, om hen daarmee niet te kwetsen.
Hij vormde later met een groepje vrienden het Nederlandse Rèveil, een beweging die de samenleving wilde terugbrengen onder de heerschappij van Christus. Hiermee openden hij en zijn vrienden, Johannes Haefkens en Willem Clercq een nieuwe wereld voor de jongeren van toen.

Een belangrijke tegenstander was de katholieke historicus Joachim le Sage ten Broek, die hem in een openbare brief opriep zijn heil te zoeken bij de kerk van Rome. (1823)

Da Costa’s bekendste werk is de geruchtmakende brochure: ‘Bezwaren tegen de geest der Eeuw.’
Hij bepleit een dominantie van het protestantse christendom in het openbare leven en hij betreurt de dominantie van Verlichting. (denk aan het Liberalisme en het vrije denken, vrijzinnigheid).
Waar de ‘verlichters’  in de geschiedenis vooruitgang zien, daar ziet dat Costa achteruitgang.
Hij riep in die kringen veel weerstand op.  ‘Da-Costiaans’ heeft in zijn tijd in Nederland als scheldwoord gegolden.

Isaäc trouwde op 5 juli 1821 met zijn nicht Hanna Belmonte. Zes dagen later werd het huwelijk ingezegend in de synagoge. Samen gingen ze op 20 oktober 1822 over naar het christendom door zich te laten dopen in de Pieterskerk te Leiden.
Het echtpaar kreeg negen kinderen, van wie slechts drie de volwassenleeftijd bereikten.

Je kunt ervan spreken dat zij Messias belijdende joden waren.