Basiliek en Odeon in Efeze

Op een zonnige morgen, het is vroeg in de ochtend, gaan Diny en ik met nog een paar mensen naar Efeze. Het wordt een lange rit. Het hotel in Bodrüm waar we verblijven geeft ons een ontbijtpakket mee. De bus waarmee wij gaan zit vol met Poolse toeristen. Zij worden begeleid door een Pools sprekende gids. Wij zijn slechts met zes Nederlanders. Het Turkse reisbureau heeft voor ons een Nederlandstalige gids meegegeven, het is Djengiz. Hij zegt dat hij uit België komt, dat zijn vader Turks is en dat zijn moeder een Vlaamse is. Hij vertelt dat we zullen ontbijten bij het Bafa Gülü meer. Na een lange tocht komen we er aan. Het uitzicht over het meer is prachtig. Op een terras staan langgerekte tafels, waar we ons brood kunnen eten. Koffie of thee moet je kopen. We hebben niet veel tijd, want de rit naar Efeze is nog lang. Tegen het middaguur komen we er aan.

Het is er warm. Je moet water bij je hebben, een pet dragen en een zonnebril ophebben. Efeze is bij veel mensen bekend. Denk aan het Bijbelboek Efeziërs. In  Handeling 18, 19 en 20 wordt Efeze genoemd. Paulus heeft er een gemeente gesticht. Hij heeft er drie jaar gewerkt. Ook Aquilla en Priscilla woonden hier een ook Apollos. De apostel Johannes heeft hier ook gewerkt. Je denkt sporen van Paulus en Johannes terug te zien, maar niets is minder waar.

De twee volken die er woonden, de Mesopotamiërs en Sumeriërs trokken naar het westen van Anatolië, waar de Hethieten woonden. Anatolië is het land waar de zon opkomt, het is het centrale gedeelte van Turkije. Veel meer volken kwamen naar dit gebied, b.v. de Lyciërs en Lydiërs. Ook andere volkeren, de Turken uit het verre oosten, de Seldjoeken. Turkse volkeren uit de centraal Aziatische steppen, zoals nu de huidige Turkmenen, Afghanen en Azerbeidjanen”.

Voordat we verder lopen begint Djengiz over Nicea te vertellen en wijst het op een kaart aan, waar het lag. “Het concilie van Nicea was in het jaar 431. Toen werd erkend dat Jezus God is, dat de heilige Geest God is, de Drie-eenheid van God”.Ik vond het zo opmerkelijk, dat hij dat vertelde, want hij zei, dat hij niet gelovig was. Toch zal hij van huis uit christelijke- en moslimwaarden hebben meegekregen. Hij vertelde dat de christenen stiekem hun geloof beleden,maar in werkelijkheid werden ze vervolgd. Ook in Efeze.

Djengiz wijst op rioleringsbuizen, die er toen al waren. We komen in een Basiliek, die 160 m. lang is. Het gebouw diende als rechtbank, als staats-agora (markt), maar ook als beursgebouw. Basiliek is een bouwstijl en diende later als voorbeeld voor de bouw van kerken. We komen bij het Odeon. Het dak en de muren zijn er niet meer. Er konden vijftienhonderd  mensen zitten. Het was in het halfrond gebouwd. Het diende als Senaatsgebouw en het was versierd met leeuwenklauwen en stierenkoppen. Het betekende: macht.

Het openbare badhuis is een ruïne. Ook waren er openbare toiletten, waar men zijn behoefte kon doen. Ze zijn gerestaureerd. De gaten zijn zichtbaar. Men zat gewoon naast elkaar zonder enige afscheiding. Door een afwateringssysteem werd het weggespoeld. De Romeinse keizer liet er belasting over heffen.

Efeze heeft een lange hoofdstraat, de Kuretenstraat, die drie km lang is en geplaveid is met marmer. ( kureet betekent priester). Aan deze straat vind je veel bezienswaardigheden en officiële gebouwen.  Aan weerszijden staan zuilen, strakke zuilen, Kureten zuilen, maar ook Dorische, Ionische en Corintische. Paulus en Johannes, maar ook Lucas moeten hier gelopen hebben en hun hoofd geschud hebben vanwege de vele afgoderij.

Er staat een tempel, die was gewijd aan keizer Dominitianus, hij noemde zichzelf een god. Hij werd vermoord in het jaar 96. De apostel Johannes die door hem naar Patmos was verbannen, kwam weer vrij en kon terugkeren naar Efeze.

Het grote antieke amfitheater lopen we binnen. Het is halfrond en het heeft 24.000 zitplaatsen. We gaan ergens zitten en beelden ons in, hoe dat geweest moest zijn, toen Paulus hier was. Demetrius de zilversmid hitste het volk tegen Paulus, Gajus en Aristarchus op, omdat de mensen zich bekeerden en zij hun handel (het maken van zilveren tempeltjes van de godin artemis) verloren zagen gaan.

We zijn verder gelopen en hebben nog meer altaren en tempels van afgoden gezien. Je komt tot de ontdekking, dat Paulus het niet gemakkelijkhad, tegen de stroom in te gaan om het het evangelie te brengen. Niet alleen in Efeze, maar in veel meer plaatsen, die ons wel bekend zijn.